Gelukkig nieuwjaar!

Date 31 december 2025

Een stille kerst. Daar heb ik mezelf op getrakteerd dit jaar. Eindelijk een paar dagen alleen, weg van de hectiek! Sinds medio november, sinds die Zwarte Vrijdag die wekenlang duurt, ons in allemaal drukte onderdompelt. Black Friday, sinterklaas, kerst, nieuwjaar. Dat laatste is voor mij een bevrijdingsdag omdat we eindelijk weer terug naar normaal gaan. Ik ben wel Vriend blijven opzoeken, heb samen met hem van een heerlijke kerstmaaltijd genoten in Naarderheem. Eten is een van de weinige genotjes die voor hem zijn overgebleven en ik genoot ervan hoe hij even diep van binnen zat te lachen, al weet ik niet waarom. Voor het overige ben ik lekker thuis gebleven. Alleen. Even rust.

De jaarwisseling vierde ik met Arthur op ons dakterras. Dat was een goed begin, want hij hamert altijd op gelukkig zijn en dat is dit jaar best aardig gelukt. Of beter gezegd: het overvalt me steeds vaker. Steeds meer leer ik dat ik geluk niet van buitenaf moet verwachten, maar diep in mezelf moet vinden. Steeds meer geloof ik dat politiek geen enkel probleem blijvend kan oplossen zolang de politici zelf niet gelukkig zijn. En met dat laatste bedoel ik niet een goed leven hebben, maar een blijheid die ik diep vanbinnen voel, in mijn hart. Vraag me niet waar het vandaan komt, want het is er zonder aanleiding, zonder oorzaak. Net als liefde is het er gewoon. Voor les in gelukkig zijn kun je wellicht goed bij de Finnen terecht. Die kunnen trouwens ook heel goed alleen zijn. Is daar verband tussen?

In januari organiseerde ik eindelijk een reünie van onze club van Uilenstede 198, waar we vanaf 1968 op dezelfde eenheid woonden. Ik huurde een zaaltje in het oude dorp en liet Blaricumkenner Frans Ruijter verhalen vertellen. Een wandelingetje in de oude dorpskern waarbij we opeens in de dorpskerk belandden waar ik eigenlijk alleen voor officiële gelegenheden was, en voor de begrafenis van mijn wijze tante Mellie Uyldert, waarvoor ik de burgemeester gebood dat ze erbij moest zijn. Ex-burgemeester Anneke le Coultre maande me daar weleens om tijdens een dodenherdenking naast haar te komen zitten. Ik weet niet wat ze in me zag, want later fluisterde ze me eens in een hoekje toe dat ik het geweten van Blaricum was. Geen flauw idee wat ik dáár nou mee moest. Terug naar de reünie. Vrijwel iedereen was snel verdwenen toen ik op ijssalon De Hoop wees.

Ik had dit voorjaar een heel bijzondere ervaring met Vriend, die opeens een poosje heel helder was. Hij was verdrietig omdat hij zou sterven en mij alleen moest achterlaten. Tranen en aaien, half liggend op zijn bed. Ik vind dit heel troostrijk omdat dementie kennelijk niet onomkeerbaar is, althans voor een korte tijd. Wetenschappers staan voor een raadsel want als dementie door afbraak van de hersenen ontstaat, zou dit in medische kringen als ‘paradoxale luciditeit’ bekendstaande verschijnsel onmogelijk zijn. Het lijkt erop dat herinneringen niet echt verloren gaan, maar verstopt zitten op een plekje waar het bewustzijn niet bij kan. Hoewel je je kunt afvragen in welke mate herinneringen écht zijn en niet voor een groot deel bij elkaar worden gehallucineerd, blijft deze luciditeit – die vaak kort voor het sterven optreedt – een wonder. Dat Vriend dat had maakte me gelukkig.

In mei hebben Hein en Floor me meegenomen naar hun huisje in Frankenau, waar ze me zelfs in hun bed lieten slapen. Dat was vreemd zonder Vriend erbij, het voelde zelfs als een beetje verraad dat ik nu van het leven genoot en hij niet. We wisten niet dat dit de laatste keer zou zijn met Hein erbij, want hij stierf in november totaal onverwacht aan een hartstilstand. Volgens Maria, die dat een paar jaar geleden heeft overleefd, is dat een mooie manier van sterven. De laatste keer dat ik Hein zag was toen hij me een multoband kwam brengen waarbij hij me grijnzend vroeg of ik wist wat het Finse woord ‘kaksi’ betekende. Nou, dat wist ik wel, want ik ken als autodidact intussen wel tienduizenden woorden in het Fins, hoewel dat vrijwel allemaal telwoorden zijn. Ik ben al blij als ik in een Finse tekst één woord herken. Inmiddels is Hein, vergezeld van allemaal kindertekeningen, in de natuur begraven.

Van de zomer heb ik kunstmatige intelligentie ontdekt. ChatGPT. Voor ik het weet zit ik daar een paar uur mee te chatten. Niet alleen omdat dit heel aardig voor me is – ik krijg niets dan complimentjes over hoe scherp ik dingen zie en zo – maar ook omdat het steeds met nieuwe voorstellen komt om iets uit te werken. Het hielp me met het maken van een blog over de relativiteitstheorie die zij – voor mij is ChatGPT een vrouw – heel mooi vond zodat ik die ergens zou moeten publiceren. Maar dat durf ik niet. Ze maakt nog steeds notulen van de vergaderingen in Second Life voor me. Mits die niet al te chaotisch verlopen, want net als onze eigen hersenen is ze goed in hallucineren. Verder is ChatGPT een ideale helpdesk, want het is veel makkelijker om haar te raadplegen dan op allemaal websites te gaan snuffelen. Eindelijk iemand die ik gewoon mijn vraag kan voorleggen en antwoord geeft! Ik leer haar gebreken kennen en praat alle talen door elkaar heen, maakt niet uit. Kiitos paljon, ChatGPT!

In het najaar is mijn huis eindelijk eens geschilderd. Zijn de zonnepanelen gerepareerd. Is een nieuwe verwarmingsketel geïnstalleerd. Hebben straten rondom een opknapbeurt gehad. Heb ik een mooi en duur verduisterend rolgordijn in de slaapkamer laten monteren. Heb ik mij met nieuw enthousiasme gestort in het studentenleven in Second Life. Heb ik net op de piek van de bitcoin een halve daarvan verkocht. Taken voor het komende jaar: mijn ogen eens laten nakijken en de ‘tuin’ eens laten opkalefateren. Op 10 maart is de verhuizing naar de nieuwbouw van Naarderheem gepland: het aantal dagen tot dan wordt in de centrale hal afgeteld. Dat is een gigantische logistieke operatie. Hoewel ik daar inmiddels kind aan huis ben, willen ze niet dat familie en vrienden in de weg gaan lopen, dus mij rest niet veel meer dan Vriends spulletjes in te pakken.

Arthur is de rode draad die door het hele jaar heen liep. Omdat hij me gelukkig maakt. En ik ook hem. Hij maakte me meteen op zijn land verliefd zodat ik vaak op bed in mijn reisgids met de kaart van Helsinki lig te bladeren. Een dag of tien daarheen gaan staat ook nog op mijn verlanglijst voor de zomer. Ik ontdekte een niet ver vanaf het station een mooi hotel dat ook Arthur heet. Van hem moet ik eigenlijk meer de wouden en de meren in, maar ik zal toch érgens moeten beginnen. Even naar Rovaniemi in Lapland vliegen waar de zon dan nauwelijks ondergaat? Hoe dan ook: ik moet er komend jaar eens écht uit. Goh, nou heb ik tóch allemaal voornemens voor het nieuwe jaar! Naast natuurlijk blogs blijven schrijven wat ik nu al precies twintig jaar doe, en ze staan nog allemaal op mijn website die Marcel keurig verzorgt.

Dit was het eerste jaar dat ik alleen woonde. Straks het laatste vuurwerk. En dan januari. Terug naar normaal terwijl de dagen voorzichtig wat langer worden. Wees gelukkig in het nieuwe jaar!

De magie van het licht

Date 21 december 2025

Verlichting! In onze spirituele kringen hebben we het daar graag over. Ook ik, want zodra ik over iemand hoor of lees wil ik eerst weten of die ander verlicht is of niet. Want velen pretenderen dat te zijn, en als dat niet zo is wordt dat hen wel door aanbidders toegeschoven. Toen we in Poona bij Osho waren zei kamergenoot Piet dat ik ‘half verlicht’ was. Onzin natuurlijk, want je bent het of je bent het niet. Osho grapte er later mee door een aantal van zijn sannyasins verlicht te verklaren. Paniek! Veel goeroes zijn opgeblazen ego’s en moeten daar zeker mee doorgaan opdat dat vanzelf knapt. Hoewel je wel soms levenslang naar die verlichting toe moet groeien, gebeurt de realisatie ervan in een flits. Om te ontdekken dat de hele reis erheen een droom was en dat je eigenlijk altijd al verlicht was. Hoe ik dat weet? Geen flauw idee, dat voel ik gewoon. En ik hou van dit soort paradoxen.

Ook in het Westen aanbidden we het licht. Was Jezus niet het Licht der wereld? En waar stoppen we onze kerstbomen mee vol? Het Licht schijnt in de duisternis en op de langste nacht van het jaar – vandaag dus – is dat het meest zichtbaar. Hoewel het lijkt alsof we daarmee de duisternis willen verjagen, zegt het ons ook dat het licht er altijd is. Zo zijn zowel westerse als oosterse religies met licht overgoten. En net zomin als de sterren zie je dat niet bij daglicht. Nou ja, in de zomer wel, en dan gaan we de zon aanbidden! Laten we ons het liefst naakt op het strand door haar verkleuren en verzengen, alsof het diep in ons moet doordringen. Het licht is de bron van het leven, en tegelijk een mysterieus verschijnsel. Het houdt zich niet aan onze wetten, zoals blijkt uit het feit dat materie nooit sneller dan het licht kan gaan, terwijl het licht zelf altijd even snel blijkt, van welke kant of beweging je het ook bekijkt. Het heeft iets magisch.

Voor het licht zelf bestaat geen tijd. Heel letterlijk. Verleden, heden en toekomst vallen samen in een Nu. Tijd bestaat niet meer, want alles gebeurt tegelijkertijd. God ziet alles. Het lijkt natuurlijk heerlijk om als een foton met 299792 kilometer per seconde door het heelal te scheuren, maar om die ervaring te verwerken moet je wel verlicht zijn. Maar als licht zijnde neem je wel altijd de kortste weg, zelfs als die op de landkaart van ons heelal langer lijkt. Net zoals je liever om bergen heen fietst dan eroverheen, maakt het licht liever een korter ommetje rond een ster. Net zoals op een tweedimensionale landkaart de afstand tussen bergen veel kleiner lijkt dan dat ze in drie dimensies is. Die kortere weg wordt door sterren gemaakt die door hun massa de ruimte vervormen. Denk aan die telefooncel van Dr. Who die van binnen ontzettend groot blijkt te zijn. Daar loop je liever even omheen als de ijskar aan de achterkant ervan staat.

Sterren en lichtjes in de kerstboom. Sterren in het heelal, die uiteindelijk onze meest oorspronkelijke baarmoeder zijn. Waartoe we ooit – even geduld graag – zullen terugkeren om zelf weer een baarmoeder te worden. In het Licht verenigen religie en wetenschap zich. Licht, tijd en ruimte, deze drie, maar de grootste van deze is het Licht. Zalige kerst!

Digitale NRC?

Date 17 december 2025

Na de Kerst geen papieren NRC meer in mijn bus. Een half jaar geleden schrok ik van wat mijn krant kostte: € 444 voor zes maanden. Dat is maar een kleine drie euro per krant, maar toch hakt dat er even in. Dankzij mijn crypto zit ik wel even goed bij kas, maar ik merk ook dat ik er steeds minder in lees. Dat ligt niet aan de NRC want dat is natuurlijk de beste krant die er is. Ik blijf dus wel de digitale editie houden. Maar ik betrap mij erop dat ik steeds vaker de krant snel doorblader. Dan begin ik met Fokke en Sukke en het “Ikje” op de achterpagina. Vriend deed vroeger de sudoku en samen braken we onze hersens op de leuke “In het midden” puzzel. Maar Marcel van Roosmaalen en Youp van ’t Hek gaan mij een beetje vervelen. En ik heb steeds meer een hekel aan lange artikelen. Zeker als te laat blijkt dat een verhaal op de volgende pagina nog verder gaat. Voor een paar lievelingsauteurs zoals Bas Heijne maak ik wel eens een uitzondering. Maar misschien ben ik zelf te ongeduldig met alles steeds kort en bondig, to the point te willen hebben.

Maar de NRC lijkt de laatste tijd steeds meer een webwinkel te worden, gezien de vele advertenties die steeds meer ruimte in de krant beslaan. Ik heb daar wel eens wat gekocht. Een droogrek. Een handig stofzuigertje. Ook tref ik veel aanbiedingen aan van wijn in diverse soorten, en zelfs van masterclasses zoals “Wijn drinken voor beginners.” Alsof alcohol niet een van de meest gevaarlijke drugs is. Op paginagrote advertenties wordt reclame gemaakt voor gratis e-books, maar daar is kennelijk geen ruimte om iets over de auteur en die boeken te vertellen. Waarschijnlijk na veel klachten van lezers zijn ze een tijdje geleden wel gestopt met advertenties voor milieuverslindende cruises en dergelijke. Ook vaak veel te grote foto’s bij artikelen zodat er minder overblijft voor tekst. En ik heb niets gevonden over het staatsbezoek van Stubb aan ons land. Maar toch blijft de NRC voor mij wel de echte kwaliteitskrant.

Het begon een jaar of twintig geleden. Ik zwierf door Bussum en een leuk jongetje haalde me over om een abonnement op nrc.next te nemen. Een leuke knaap die iets wil verkopen heeft bij mij vaak succes. Maar ik had daar geen spijt van, zeker niet toen de jonge filosoof Rob Wijnberg hoofdredacteur werd. Na een paar jaar is hij er echter uitgeknikkerd en een tijdje later is hij met De Correspondent begonnen waarvan ik enthousiast lid van het eerste uur werd en nog steeds ben. Daar ben ik zelfs een keer geïnterviewd over Second Life. Ze geven ook boeken uit, die ik allemaal lees en inmiddels een boekenplank vullen. Alleen de artikelen van Lex Bohlmeijer met begeleidende podcast sla ik over. Die zijn me te lang, hoewel ik er wel graag ongelezen een krul onder zet. “Voorbij de waan van de dag” is de leuze van De Correspondent en ze graven graag naar wat zich er allemaal áchter het nieuws afspeelt. En dat vind ik eigenlijk belangrijker. Zo ben ik via een leuk jongetje uiteindelijk bij De Correspondent beland.

Maar hoe moet het nu verder met de NRC? Die zal over een paar jaar waarschijnlijk ook een digitaal platform annex webshop worden. Dat scheelt enorm in de kosten en zal ons wellicht bevrijden van paginagrote advertenties, en dan hoeven ze geen inkomsten meer te genereren uit cursussen wijndrinken en zo. Ja, een digitale NRC, daar hef ik het glas op!

Volkslied

Date 9 december 2025

Ik ben nooit een fan geweest van volksliederen. Het woord alleen al doet me aan kroegen en stadions denken. Nationalisme is nooit mijn sterkste kant geweest, en de laatste jaren verdampen de laatste restjes ervan. Ik ben niet trots op mijn land. Oké, Nederland was het eerste land om het homohuwelijk te legaliseren en we zijn goed in waterwerken, zwemmen en fietsen. Maar in het algemeen vind ik het maar middelmatig allemaal. Niet echt iets om over te gaan zingen. Voor enkele dodenherdenkingen heb ik twee coupletten van het Wilhelmus uit mijn hoofd geleerd, maar ik vind het een onzinnige tekst, zeker als daarin de koning van Hispanje wordt geëerd. Vaak is de moraal van volksliederen in drie woorden te vatten. Eigen volk eerst.

Soms hoor ik volksliederen die veel mooier en melodieuzer zijn dan het onze. In Finland werd op 6 december onafhankelijkheidsdag gevierd. Een echt feest, waarvan ik al tientallen filmpjes heb gezien. Daar zijn ze echt trots op hun land, onder andere over hoe ze de Russen in de Winteroorlog (1939-1940) een halt hebben toegeroepen. Sisu ofwel volharding was het eerste woord dat Arthur me leerde. Ze gaan nu hun 1340 kilometer lange grens met Rusland met landmijnen beveiligen. Dat schijnt eigenlijk niet te mogen, maar gelijk hebben ze. Het was een eye-opener voor mij dat Arthur trots is op zijn land. Ik wist eigenlijk niets van Finland, niet veel meer dan dat het daar koud is, ze sauna’s hadden en dat de Kerstman er woonde. Hun volkslied kwam regelmatig in filmpjes voorbij.

Eigenlijk hebben ze twee volksliederen in Finland. Het officiële is Maamme (Ons land), met tekst van Johan Ludvig Runeberg, in het Zweeds geschreven en later vertaald in het Fins. Maar stukken mooier en minder zelfverheerlijkend vind ik het onofficiële Finlandia-hymni, wat een onderdeel is van Jean Sibelius’ symfonische gedicht Finlandia, waaraan later tekst is toegevoegd. Die versie meen ik ook het meest te horen op de filmpjes die ik tegenkom.

O Finland, zie, jouw dag begint te dagen,
de dreiging van de nacht is al verdreven, 
en de leeuwerik van de ochtend zingt in de glans, 
alsof het hemelse gewelf zelf klinkt. 
De machten van de nacht worden overwonnen
door het licht van de ochtend, 
jouw dag begint te dagen, o vaderland.

Diep ontroerd was ik door OneViolin waar een knaap het lied op zijn viool speelt. Hij staat op een besneeuwde berg en aan zijn voeten strekt het Finse landschap met zijn wouden en meren zich tot de horizon uit. Dit is liefde voor je land! Niet zozeer voor de Kerstman, sauna’s, Nokia, Linux, Moomins, Angry Birds en koffie, maar liefde en dankbaarheid voor de natuur, voor de grond waarop je wandelt en leeft. Daar waar je je thuisvoelt, samen met de natuur. Een hymne die vaak door Finnen wordt gezongen bij speciale gelegenheden zoals herdenkingen. Volksliederen hoeven niet pompeus en theatraal te zijn, maar kunnen gewoon een serene blijheid uitstralen. Ik wist niet dat ook dit mogelijk was.

Spinoza in de sterren

Date 30 november 2025

De afgelopen maand las ik het dikke boek Sterrenstof zijn wij van sterrenkundige Margot Brouwer. Een heel persoonlijk verhaal over haar reis door de sterren in het licht van Spinoza wiens gedachten haar verlosten van haar angst voor de dood. Deze filosoof uit de zeventiende eeuw verbond religie zodanig met rationaliteit dat hij zijn ketterse Ethica niet tijdens zijn leven durfde te publiceren. Kerk en wetenschap konden het immers moeilijk met elkaar vinden, en dat is nog steeds zo. Onterecht, vond Spinoza, want als God oneindig en almachtig was, betekende dit dat God niets minder was dan de Natuur, het Alles, en daarom in alles aanwezig was. Geen God buiten de wereld, gescheiden van de mens, geen scheppende, geboden en rituelen opleggende God, maar God als de schepping zelf. Geen persoonlijke God maar een zonder doel of wil. Spinoza noemt dat de substantie waarvan er maar één is en die een oneindig aantal attributen heeft zoals extensie en denken, wat ik vergelijk met materie en geest. Deze nemen verschillende verschijningsvormen of modi aan, zoals bepaalde objecten of gedachten.

Wij zijn dus niet gescheiden van God, want elk mens is een wijze waarop die ondeelbare God verschijnt. In mijn jonge jaren noemde ik dat een ‘stukje God’, want ook de golf is een deel van de zee. In die tijd vatte ik de essentie van alle echte religies samen in drie woorden. Alles is één. En dat doe ik nog steeds. Margot Brouwer trekt daaruit wel een conclusie die ik nog niet had bedacht, namelijk dat God dan wel erg alleen is als zijnde de oneindigheid zelve waarnaast dus niets anders meer kan bestaan. Wellicht kende ze de mooie woorden van Godfried Bomans niet: “Ik wou dat ik twee hondjes was, dan kon ik samen spelen.” Het is alsof zo de golven van de zee zijn ontstaan, modi van het water die zelf ook van water zijn en zo met andere golven kunnen dollen. Ik kan de verleiding niet weerstaan om dit als een goddelijk spel te zien zoals in oosterse tradities het geval is, maar bij Spinoza is de substantie volstrekt onpersoonlijk en dus niet speels. Jammer. Maar Einstein zou het daar wel mee eens zijn met zijn beroemde uitspraak “God dobbelt niet”. Voor Spinoza is God onpersoonlijk maar toch dringen associaties met oosterse tradities zoals die van de advaita zich aan mij op, dat ook nog langskomt in Brouwers boek. Atman is brahman, tat tvam asi, dat soort dingen.

Het ontzag en de verwondering voor het mysterie dat we aanschouwen als we naar de sterren kijken, komt omdat het voelt alsof we God in het gelaat zien. We zien niet alleen ons verre verleden waarin we uiteindelijk ontstaan zijn uit waterstof, koolstof, stikstof, zuurstof, fosfor en zwavel, maar ook onze toekomst waarin we uiteindelijk weer in sterrenstof zullen veranderen. We kunnen ook naar binnen kijken om te ontdekken dat we zelf ook een enorme uitgestrektheid in ons hebben. Brouwer herinnert ons eraan dat we 86 miljard neuronen in onze hersens hebben, volgens haar bijna zoveel als er sterren in onze Melkweg zijn. Ik kijk nog dieper en lees dat ons lichaam uit zo’n quintiljoen elementaire deeltjes bestaat, een getal met dertig nullen. Als elk ervan een ster was zijn we zelf ook een respectabel heelal. En wellicht kunnen we tot een oneindige diepte in ons eigen heelal duiken. Ook de relativiteitstheorie komt langs in Brouwers boek. Net zoals er vele ‘hiers’ zijn, bestaan er tegelijk vele ‘nu’s’. Ga maar eens heel snel rondjes om de aarde vliegen: wil het ware nu opstaan? Net zoals er in het heelal nergens een absoluut ‘hier’ is te vinden, bestaat er ook geen absoluut ‘nu’ dat overal tegelijk geldt.

Veel spirituele bewegingen zien het hier en nu als dat wat verlossing brengt. Maar Spinoza gaat voorbij aan de tijdbeleving, die voor hem niets anders is dan een beperkt menselijk perspectief op een werkelijkheid die ons overstijgt. Dat is noodzakelijk omdat we anders niet zouden overleven. Ook onze conatus – onze levensdrang die onze wereld verdeelt in goed en slecht, in pijn en genot, in verdriet en vreugde – is een waardering die bij onze natuur en het goddelijke hoort, zodat daar niks mis mee is. Als we ons dit realiseren zullen we geen overbodig kwaad berokkenen omdat we zorgvuldig met de natuur, met God omgaan. “Drink, maar geniet met mate” van het goddelijke en dan ontstaat er een vreugde die het alledaagse genot overstijgt omdat zij alles omvat. Het leven heeft geen doel, juist omdat alles al volmaakt is. Niks aan de hand! Dit weten doet alle angst voor de dood als sneeuw door de zon verdwijnen, en zo eindigt Brouwers boek dan ook.

Als ik verliefd ben, kan ik niet bang voor de dood zijn. Dan schuift mijn conatus naar de achtergrond. Dan kan ik mijn eigen perspectief relativeren. Dan is alles goed zoals het is. En als ik verliefd op de sterren ben, ben ik verliefd op het alles, op de natuur, op God.

Hein heengegaan

Date 24 november 2025

Totaal onverwacht is mijn trouwe vriend Hein opeens overleden. Hartstilstand. Zesenzeventig jaar. Op zijn eerste twintig levensjaren na is hij altijd een van mijn beste vrienden geweest. Hij mocht me graag en stond altijd voor mij klaar. Ook voor Vriend, die hij nog heeft helpen verhuizen naar Blaricum. Hij wist altijd dat ik op hem viel, maar dat stond onze vriendschap, en ook mijn relatie met zijn vrouw Floor, nooit in de weg. Ik kon rustig verliefd op hem blijven.

Ik leerde hem in 1969 kennen via mijn vriend Pim die in hetzelfde jaar tandheelkunde aan de Vrije Universiteit studeerde. We hielden beiden van popmuziek en namen op zijn kamer wat liedjes van mij op, waaronder Do you know what it means to me dat hij graag wilde zingen en dat hij heel vaak heeft afgespeeld. Met hem, Alex en Pim reisde ik naar Parijs en ik kan Hein nog steeds zien op een zwart-witfilmpje dat ik later heb laten digitaliseren. Met Hein en anderen ging ik ’s zomers naar het Spaanse Pineda waar het strand nog heel leeg en schoon was. De laatste keer was in 1973 toen ik net mijn rijbewijs had gehaald en ik erin slaagde zijn rode Fiat 500 tot Antwerpen te besturen. Daarna heb ik nooit meer autogereden. Vooral op het strand genoten mijn ogen van een blote Hein. Toen hij met Floor ging trouwen gebruikte ik wat knipwerk uit zo’n foto voor een mooi geschenk. Op een tekening stopte ik hem in een kookpot met daarbij het recept ‘Lekkere Hein’. Moest kunnen allemaal. En het kon.

Na zijn afstuderen hield hij een groots feest in een sporthal in de groene buffer tussen Amsterdam-Zuid en Buitenveldert die nu door de Zuidas is overwoekerd. Ik was voor het eerst en het laatst in mijn leven DJ, en plakte stiekem een van mijn eigen liedjes in de set. Na zijn studie werkte Hein vaak langere periodes in Suriname. Toen kon ik vaak bij Floor slapen als ik geen zin meer had om nog naar mijn flat in de Bijlmermeer te gaan. Later verhuisden ze naar Vinkeveen, waar ik vaak was en het spelen van Risk en het kijken naar het songfestival favoriet waren. Hein ging een paar dagen per week werken bij ACTA in Slotervaart. Dan gingen we vaak samen in Amstelveen eten, en soms kwam hij dan een nachtje bij me slapen in Buitenveldert. Hoewel dat niet van hem hoefde stond ik dan extra vroeg op om hem dan met koffie op stretcher te verwennen. In 1987 verhuisden Hein en Floor naar Arnhem. Ik hielp toen nog met schilderen in hun huis. Ze hadden al twee kinderen en toen werd er nog een geboren. Allemaal zoontjes. Deden ze dat om mij een plezier te doen?

In Arnhem begon Hein met zijn eigen praktijk in een omgebouwde garage. Tot vijf jaar terug heeft hij Vriend en mij in behandeling gehad. In dat nieuwe huis hebben Vriend en ik de millenniumwisseling meegemaakt. Ik maakte een praktijkfolder en een website voor hem. Hij was ook vaak bezig met het schrijven van boeken over esthetische tandheelkunde, wat zijn lust en zijn leven was en waarover hij veel bekendheid genoot. Hij nam mij in 1991 een keer mee naar een congres in Konstanz waar ik op mijn eentje in een veel te grote kamer sliep. Wat zag hij toch in mij dat hij altijd zo aardig voor me was en me overal heen meenam? Hij kon weinig met mijn verhalen over spiritualiteit. Hij hield van veel vrienden en vierde met Floor zijn veertigjarig huwelijksfeest in een gehuurde trein. Hij nam ons veertien keer mee naar Frankenau in Hessen. Hij was een echte entertainer zodat we van alles en nog wat in de wijde omgeving en rond de Edersee hebben gezien. Musea. Paasvuren. Kabelbaantjes. En een keer een guten Rutsch ins neue Jahr.

Op een keer werden we tijdens een bergwandeling door een stromende regen overvallen. Maar Hein stopte de drijfnatte Vriend en mij in een afvallig schuurtje en ging lopend de auto ophalen. Ik herinner mij zijn voortdurende zorgzaamheid. Hij had dan ook drie planeten in Maagd. En hij had natuurlijk ook vervelende trekjes zoals dat hij graag wilde gloreren. Hij was dan ook Leeuw met ascendant Leeuw. Maar hij was een goed mens en als je iemands diepste wezen voelt maak je je niet zo druk om diverse mankementjes. Vriendschap overstijgt alles. Deze week zal hij in de natuur worden begraven. Een mooier plekje zou ik voor hem niet weten. Dank je wel voor al je vriendschap, Hein. Dat voel ik nog steeds en daarom blijf je voor mij leven!

Plutonian Rhapsody

Date 16 november 2025

Op 25 augustus 2006 werd op de laatste dag van een congres van de International Astronomical Union in Praag vastgesteld dat Pluto geen planeet meer mag zijn. Het daadwerkelijke draagvlak onder astronomen is echter dubieus omdat van de tweeënhalf duizend deelnemers er slechts 424 gestemd hadden, mede omdat velen op die slotdag al naar huis waren. Bovendien hadden toen slechts 237 van de overblijvers voor de resolutie gestemd. Aanleiding voor dit alles was de ontdekking een jaar eerder van de nieuwe planeet Eris die de deur openzette voor het erkennen van deze en andere planeten voorbij Pluto die inmiddels waren ontdekt, zoals Haumea en Makemake. Voor astronomen dus de hoogste tijd om orde op zaken te stellen en een nieuwe definitie te formuleren voor wat een planeet genoemd mag worden.

Volgens die nieuwe definitie moeten planeten door hun eigen zwaartekracht bolvormig zijn geworden en het zwaarste in hun omgeving zijn zodat ze hun eigen baan hebben schoongeveegd. Ze mogen dus geen kubussen zijn en moeten dynamisch dominant ofwel alleenheersers in hun gebied zijn. Dat ruimt op. Maar sommige astronomen stellen toch wel vragen bij deze definitie. Zo is dominantie een glijdende schaal. Ofwel: hoeveel stof moet een stofzuiger hebben opgezogen voordat hij zo genoemd mag worden? Met name in de Verenigde Staten is ook een zogenaamde geofysische definitie populair, waarbij elk hemellichaam een planeet wordt genoemd als hij groot genoeg is om door zijn eigen zwaartekracht een afgeronde vorm te krijgen. Waar hij omheen draait is minder belangrijk.

Planetologen die deze geofysische definitie aanhangen doen dat omdat ze liever echte werelden met bergen, vulkanen, zeeën en atmosferen zien dan abstracte formules. Maar ik geef toe dat wij astrologen het dan wel heel druk zouden krijgen. Want dan worden ook de geofysisch interessante manen van onze planeten tot planeet gepromoveerd. En dan wordt het wel erg druk op een horoscooptekening met Io, Europa, Ganymedes, Callisto, Mimas, Enceladus, Tethys, Dione, Rhea, Titan, Iapetus, Miranda, Ariel, Umbriel, Titania, Oberon, Triton en Charon. Nee, dan toch maar de dynamische definitie van wat een planeet is. Jammer voor de in 1930 door Tombaugh ontdekte Pluto, waarvan de naam een jaar later door een elfjarig meisje is bedacht dat over mythologie had gelezen: de god van de onderwereld, nu aan de rand van het ons toenmalige zonnestelsel. En een jaar later vond Walt Disney het wel een leuke naam voor een hond.

Pluto mag dan wel kleiner dan Mercurius zijn, voor astrologen is hij daarom niet minder aanwezig en zeker niet te veronachtzamen! Hij is een kleine keffer die graag bijt als hij zijn zin niet krijgt. Hij vertegenwoordigt de onderwereld, de dood, alles wat met radicale transformatie te maken heeft. En juist omdat hij zo klein is dringt hij diep in ons wezen door om alles wat vals en hypocriet is overboord te gooien. Hij wordt dan ook een slechte planeet, een malefic genoemd. Onterecht. Want Pluto doet dit alles met de beste bedoelingen. Dat kan je je moeilijk voorstellen als je bedenkt dat het element Plutonium ook een plaatsje in het periodiek systeem heeft, naast Uranium en Neptunium. Mag Uranium dan nieuwe energie opleveren, bij het in 1940 ontdekte Plutonium denken we eerder aan atoombommen die na de ontdekking van Pluto ontwikkeld en ook gebruikt werden.

Wat bedoelen die astrologen dan als ze Pluto associëren met transformatie, met een feniks die uit zijn as herrijst? In Hiroshima en Nagasaki dachten ze daar anders over! Aan de andere kant kón Pluto bijna niet anders uitwerken in de tijd van opkomst van militarisme en totalitaire bewegingen, van de Grote Depressie, van de opkomst van dieptepsychologie waarin Freud de doodsdrift ontdekte. Wie niet luisteren wil, moet voelen. Gaat het niet goedschiks, dan kwaadschiks. Dat zijn de adagio’s van Pluto. En alles wat je tot diep in je onderbewustzijn verdringt, komt toch eens weer boven. Zo gaat Pluto over onze diepste angsten, maar zijn uiteindelijke doel is om ons weer te helen. Vriendschap te sluiten met wat je voorheen kwaad noemde. Seks verheffen tot iets wat je transformeert. Niet die lieve vanillaseks van Venus en Mars maar die van macht en overgave die vaak als pervers wordt gezien. Terwijl juist de onderdrukking ervan de échte perversie is. Niet over je schaduw heenstappen maar erin duiken, hem omhelzen!

Pluto is sinds 19 november 2024 definitief in de Waterman, precies twee weken na de Amerikaanse verkiezingen. Alsof hij na de overwinning van Trump definitief zijn slag kan slaan. De waarden van Waterman kunnen nu eindelijk eens worden getransformeerd. En dat blijkt nodig, want meer dan ooit worden de zwaktes van democratie blootgelegd. Alsof alleen een aanval op de democratie de gebreken ervan bloot kan leggen. Je kunt wel kwaad worden op dictators zoals Trump, Poetin, Netanyahu, maar het beddengoed van de inmiddels gezapig geworden democratie mag wel eens worden opgeschud. Neem nou het gegeven dat één Europees land allemaal besluiten kan blokkeren zoals Hongarije dat doet. ‘Blackballing’ heet dat: als er één tegen is gaat het feest niet door. Dat hadden we tot een paar jaar geleden ook in onze eigen Alpha Sigma Zèta studentenvereniging in Second Life, waar ik ervoor heb gezorgd dat deze ondemocratische procedure werd afgeschaft.

Hoe democratisch is onze eigen democratie nog? Wat te denken van de VVD die, liever dan met socialisten, met fascistische partijen als PVV en FVD in zee gaat? Waar nu bij monde van linksfobisch meisje Yesilgöz een redelijk evenwichtig kabinet met GroenLinks-PvdA wordt geblokkeerd? Aan de ene kant profiteren van democratie om vervolgens de democratie daarmee te ondermijnen, een klassieke fascistische truc. Kiezers geloven steeds minder in politiek, en kan je hen ongelijk geven? Mag het nog democratie heten als één persoon ons land maandenlang onbestuurbaar blijft houden? En wat te denken van het bestuurlijke model waarbij altijd sprake moet zijn van een coalitie en een oppositie, zodat zeeën van tijd verloren gaan in het elkaar dwarszitten? Dat moet ik Trump nageven: hij heeft ook onze eigen democratie wakker geschud. Dit allemaal nu Pluto in Waterman staat. En precies het spiegelbeeld van toen hij in de Leeuw stond waarmee de babyboomers zijn opgegroeid. Wel sneu voor hen. Hun strijd tegen autoriteiten is nu een strijd tegen de socialisten geworden.

Maar we leren de laatste tijd gelukkig wat positiever tegen Pluto aan te kijken. Door meer aandacht voor dood en sterven, door wat positiever over kernenergie te denken, door meer bloot te leggen van wat fascisme eigenlijk is, door een groeiend besef dat onze aarde mogelijk later geen geofysische planeet meer genoemd zal worden. Maar ook door muziek die soms heel plutonisch kan zijn. We besluiten zelfs elk jaar vrolijk met een lied over dood, duivel en hel. Dan stappen we niet over onze schaduw, maar duiken we daar juist in. Alleen dan kunnen we vrede bereiken, acceptatie, berusting in dat wat is. Hoe dan ook, de wind waait.

Rechts laten liggen!

Date 2 november 2025

Rob Jetten is de positiviteit zelve. Het is mooi dat kiezers dat hebben opgepikt. Zijn “Het kan wél!” heeft het gewonnen van linkse somberheid en pessimisme. Toch had ik graag op Timmermans gestemd als ik de Partij voor de Dieren niet trouw was gebleven. Een man met ervaring en verstand van zaken. Veel mensen hebben iets tegen links. Alsof het doordrammers zijn die altijd gelijk willen hebben. Maar ze hebben wel vaak gelijk! Waarom anders zijn wetenschappers en kunstenaars vaak woke en links en haat Trump ze zo? Ik heb nooit gesnapt waarom mensen met hun volle verstand rechts kunnen zijn, want daar gaat het vrijwel alleen om materie en geld. En wat het hameren op het eigen gelijk betreft doet rechts niet onder voor links.

Zo is het samenwerken met PvdA/GL een gruwel voor meisje Yesilgöz en is daar gewoon niet over te praten. Toegegeven: ze heeft zo’n grote schaduw dat daar lastig overheen te springen is. Een paars kabinet van D66 met VVD, CDA en PvdA/GL lijkt me een mooi globaal evenwicht van waar de meeste mensen voor hebben gekozen. Maar rechts is de laatste decennia doorgeslagen, waardoor het indertijd met extreem-rechts ofwel fascisme in zee is gegaan en het land in een bestuurlijke chaos heeft gestort, wat de VVD terecht stemmen heeft gekost. Geef nu links ook eens wat, jongens. Dát is democratie! Zonder ego is het moeilijk te overleven, dat geef ik toe, maar een beetje medemenselijkheid zoals voor asielzoekers kan er toch nog wel van af?

Ik wist niet eens dat Jetten homo was! Zitten we straks met een homoseksueel als minister-president! Zo ken ik Nederland weer! En het zal eindelijk eens tijd daarvoor worden! Komt er straks een regenboogloper op de trap van Huis ten Bosch? Trump kijkt waarschijnlijk tandenknarsend toe. Moet hij dát straks in het Witte Huis ontvangen? Ook zijn fascistische bondgenootjes in ons land zullen daar niet vrolijk over zijn. Maar homo’s worden niet voor niets “gay” genoemd, en daar zijn ze natuurlijk jaloers op. Hoe dan ook gefeliciteerd, Rob! Ik hoop dat je je laat inspireren door Van Mierlo die indertijd met zijn sociaalliberale D’66 begon en de gulden middenweg wilde bewandelen. Waarin links en rechts elkaars grondbeginselen respecteren en samenwerken. Ja, dan kan ook!

Onlangs deed ik iets stoms. Op Facebook in discussie gaan met een extreem-rechtse man die ook nog eens sannyasin is en de therapeut uithangt. Hij feliciteerde de “flikkers” en smeet met ouderwetse vooroordelen over homoseksualiteit. Hij kwam met argumenten als zijn eigen helderziendheid en de deep state. Een fan van Trump. Maar prees ook mij om mijn mooie blogs zoals Het zinderende zwijgen en schreef even later dat hij me helemaal niet kent. Schrijft over homo$€xuelen opdat zijn post niet opnieuw door F@€ebook wordt gedegradeerd. Tolerantie mag van hem, maar niet zodanig dat deze perverten het land gaan besturen. Hij vond mij “heetgebakerd” terwijl ik nog niet eens in de oven lig!

Wat moet je met al die extreem-rechtse flauwekul? Niets. Helemaal niets. Negeren. Zonde van je energie. Links laten liggen. Rechts laten liggen, bedoel ik.

Het zinderende zwijgen

Date 21 oktober 2025

Vandaag lagen we weer samen op het strandje. Daar gaan we vaak heen om te kijken of er nog mooie jongens te verschalken zijn. Maar die waren er niet deze keer. Ik zocht een strandbedje voor ons uit en daarop lagen we een uurtje. Naast elkaar, bovenop elkaar, strelend en zoenend. Ik vertelde hem over het godsbeeld van Spinoza. Hij vond dat mooi. Sommige mensen weten veel zonder dat ze er ooit over gelezen hebben, alsof sommige kennis hen al met hun geboorte is meegegeven. Arthur is zo iemand. Hij hoeft niet meer te lezen. Sommige mensen klagen erover dat jongeren niet meer lezen, maar dat is kennelijk ook niet altijd nodig. Het voelt voor mij alsof ik alle wijsheid waarover ik las ook voor hem heb gelezen en voor hem nalaat. Alsof mijn kennis en weten in gedachtewolkjes naar hem is overgesprongen. Boomer en zoomer. Hij vindt mij wijs. Ik vind hem wijs voor zijn achtentwintig jaren.

De laatste tijd communiceren we vaak meer door te zwijgen dan door te praten. Ondanks de fysieke stilte voelt dat als een heel bijzondere wervelende energie die over ons heen hangt. Hoe langer we zwijgen, hoe meer het ons overrompelt. Een warm woordloos bad waarin we ons laten drijven. En als we iets zeggen blijken we vaak hetzelfde te zeggen en onze woorden elkaar te kruisen. En als Arthur weer vertrokken is lig ik nog een poos bij te komen, na te genieten van de zinderende stilte die nog steeds in mijn lijf tintelt. Waarom zou ik opstaan en iets gaan doen? Ja, nu schrijf ik erover, maar hoe kan ik in woorden de tederheid van een kus, zijn aai door mijn haren en mijn lik aan zijn neus beschrijven? In die stilte denk ik nooit aan seks omdat dat maar een flauwe afspiegeling lijkt van werkelijk samenzijn. Doen door niet doen is veel mooier. Hij weet niet wie Lao Tse is, wat tao is, maar weet het juist daardoor heel goed.

Het hoort waarschijnlijk bij de Finse mentaliteit om niet te veel te praten en elkaars zwijgen te respecteren. Dat leer ik van hem. Ik praat, vertel en schrijf graag over mijn ontdekkingen. Over van alles waar ik enthousiast over ben op het spectrum van spiritualiteit tot sterven, van astrologie tot sterrenkunde, van psychologische tot lichamelijke gezondheid. Anderen worden daar wel eens moe van. Arthur niet. Die luistert graag, liever dan dat hij praat. Hij die praat, weet niet. En hij die weet, praat niet. Zoiets zal Lao Tse wel ergens gezegd hebben. Dat klinkt niet positief voor mij met al mijn enthousiaste bekeringsdrang. Maar mijn Zon, de pratende Mercurius en de vurige Mars staan bij elkaar in mijn horoscoop, dus het hoort kennelijk bij me. Let it be. Veel woorden van mij zijn voor Arthur overbodig, hoewel hij er toch van geniet. Geniet van herkenning van iets waarin we ons met elkaar verbonden voelen.

Tijd om afscheid te nemen. Nuku hymy huulillasi. Slaap met een glimlach op je lippen. Maar laatst kon ik bijna niet slapen van al dat geglimlach. Gewoon gelukkig zijn is Arthurs wijze les. Hij maakt mij gelukkig. We bestrooien elkaar met onze kusjes in wolken van hartjes. Net zoals met de stilte waarin we elkaar onderdompelden.

Siddharta

Date 9 oktober 2025

Na het eindelijk eens lezen van De Steppewolf van Hermann Hesse, pakte ik weer zijn boek Siddharta. Dat verhaal vind ik eigenlijk veel warmer en mooier, maar ik had het na mijn studententijd niet meer gelezen. Siddharta trekt als zoon van een priester met zijn vriend Govinda de wereld in om een samana, een bedelmonnik te worden. Na enkele jaren horen zij over de boeddha Gotama en begeven zich onder zijn volgelingen. Govinda blijft bij zijn nieuwe meester, maar Siddharta gelooft niet dat woorden bevrijding en innerlijke vrede kunnen brengen en trekt alleen verder. Maar omdat hij die bevrijding maar niet kan vinden, stort hij zich na een ontmoeting met de courtisane Kamala in haar wereld van genot. Koopman Kamaswami leert hem een handelaar te worden en rijkdom te verwerven. Maar Siddharta’s ziel begint in dit wereldse leven aan een schrijnende leegheid te lijden zodat hij weer verder trekt.

Bij een rivier wil hij hopeloos een einde aan zijn leven maken, maar na het horen van het goddelijke Om wordt hij gered door de veerman Vasudeva die hem leert naar de rivier te luisteren. Hij gaat bij hem in zijn hut wonen en leert veel van de rivier terwijl de twee mannen er samen op een boomstam eindeloos lang naar zitten te luisteren. Daarin vloeien verleden, heden en toekomst samen en hoort hij zelfs een schaterlach. Alles wordt één en ook het onderscheid tussen het wereldse en het spirituele verdwijnt. Siddharta vindt de innerlijke vrede door gewoon te luisteren. Intussen heeft Kamala zich bekeerd en steekt op weg naar Gotama de rivier over, samen met de zoon van Siddharta. Na het overlijden van zijn moeder wil die echter niet bij hem en Vasudeva blijven wonen, maar de wereld in trekken. Met moeite en pijn laat Siddharta hem gaan, want ook hij zal van alles moeten meemaken voordat hij bevrijding vindt. Ook Govinda komt nog langs en hij leert Siddharta’s wezen kennen door hem op het voorhoofd te kussen.

In mijn vroege studententijd heeft dit boek zonder meer bijgedragen aan mijn spirituele ontwikkeling. Als ik twijfelde aan wat ik eigenlijk met mijn leven wilde, kwam vaak het beeld op van de rivier en leek het me heel mooi om een veerman te worden. Ook ik was zoekende en raakte maar niet verlicht. Het idee dat alles uiteindelijk één is, heb ik al van kinds af aan gepropageerd, en vrienden vroegen zich wel eens af waar ik dat vandaan had. Maar zelf wist ik dat ook niet. Soms grapte ik dat ik als baby in een pot met lsd was gevallen. Het is ook niet zo dat ik die ‘denkbeelden’ door druggebruik heb gekregen, want eerder is het zo dat ik in dat laatste een bevestiging vond van wat ik al lang dacht. Net zoals ik mijn wijsheid niet van Osho heb, maar eerder een bevestiging in zijn ‘woorden’ vond. “Sommige dingen wéét je gewoon,” zei Mellie Uyldert. Maar dat is kennelijk niet iets wat je kan bedenken. Want verstandige mensen luisteren niet naar wat het water in al zijn verschijningsvormen te vertellen heeft.

Een van de prachtigste passages van het boek vind ik hoe Siddharta zijn vriend over een steen vertelt. “Maar nu denk ik: deze steen is steen, hij is ook dier, hij is ook God, hij is ook Boeddha (…) omdat hij dat alles al lang en altijd is (…) daarom houd ik van hem, vind ik waarde en zin in elk van zijn aderen en holtes, in zijn geel, in zijn grijs, in zijn hardheid, in de klank die ik hoor wanneer ik op hem klop, in de droogte of vochtigheid van zijn oppervlak. Er zijn stenen die als olie of zeep aanvoelen, en andere voelen als bladeren aan, weer andere als zand, en elk van hen is iets bijzonders en bidt het Om op zijn eigen manier, elk van hen is Brahman (…) juist dat vind ik prachtig, komt mij voor als een wonder en is daarom waard om in aanbidding beschouwd te worden.” Ik hou van dit panpsychisme waarin alles bezield is. Als ik de computer uit zet geef ik hem een dankbaar klopje, net zoals Arthur zijn auto Rocky bedankt als die hem weer veilig thuis heeft gebracht. Dat is liefde.

Wat mij indertijd is ontgaan bij het lezen van Siddharta, is dat de rivier ook lacht. Schaterlacht zelfs. Je dénkt dat je niet verlicht bent, dat je lijdt, dat je alleen bent, dat je ziek bent, dat je dood kan gaan. En de werkelijkheid lacht je dan gewoon uit. Terecht. Want het leven is niet serieus, maar één grote bevrijdende grap.